www.loosjes.nl
Home
troonrede
Blikken koets
Obstakels
Staatsrecht
Patiƫntendossier
About democracy
Freedom of Education
Creative financing
Saboterende overheid
Leerplichtwet 2008
Innovatieverbod
Belastingliberalisatie
Europese Grondwet
Ostende,1781
Publicaties
Contact
____
<<     Pagina 88 van de 136     >>


49. Muziek

St. Caecilia 2008


Iemand zonder enig begrip voor muziek, hoort alleen lawaai; in gradaties van hard en zacht. Iemand zonder begrip voor muziek hoort, als hij naar de wereld luistert alleen ruis, als rudiment van wat hij, van muziek verstoken, een oerknal noemt. Hij is doof voor de oorsprong van ons bestaan. Dit is mijn alternatieve snaartheorie. Het "In den beginne was het woord" slaat op een in klank besloten kracht. Er zijn vele theorieën over het ontstaan van de wereld mogelijk, maar dit is mijn theorie; mijn theorie geldt alleen voor musici. En alleen op 22 november, Santa Caecilia, beschermheilige van de muziek. U hoeft uw protest tegen mijn theorie dus maar één dag op te schorten.
In de loop van de evolutie heeft de oermuziek, de Logos, volgens mijn theorie zich langs verschillende wegen zich vertakkend ontwikkeld. Statisch of formeel naar vorm, dynamisch en veranderlijk naar inhoud, en doelgericht in de zeggingskracht van beeld en taal.
Ad 1: wetmatigheid. Natuurwetten of, voor de menselijke geest, de logica.
Ad 2: energie. Sinds Einstein de relatie tussen energie en stof definieerde zou het geen vreemde gedachte meer hoeven te zijn dat uit die energie de verschillende aggregatietoestanden van de stoffelijke wereld zijn ontstaan, net zoals een condensatie van damp naar vloeibaar en naar vast.
Ad 3: bezieling, scheppingsdrang van beeld en taal. Taal is bij uitstek een vehikel voor communicatie, voor zingeving aan wet en bezieling; vehikel voor een af te leggen weg. Vaak is de grens tussen taal en lawaaimaken natuurlijk niet erg groot. Op zijn tijd maken we allemaal graag lawaai; alleen, lawaai overtuigt niet, dat is het lastige ervan; wat (mij althans) meer overtuigt is muziek, levende muziek. Het lawaai van onze pleidooien overtuigt niet, zou althans niet mogen overtuigen, tenzij er sprake is van een logische structuur en een lading van rechtvaardigheid en bezieling.
Echter, met de verplichting latijn te kunnen vertalen, was de rechtenstudie tot voor enige decennia uitsluitend het terrein van alfa's. Op het gymnasium alfa leerde je correct latijn vertalen, en dat was (toen) vereist om rechten te studeren. Voor het alfa-examen werd je geen enkel benul van wiskunde of van logische redenering bijgebracht, en daarvan draagt ons vak de sporen. Helaas. Logica is in de rechtspleging ten gevolgen van de "alfa-overheersing" doorgaans ondergeschikt aan een stroom van woorden; de grens met het mistgordijn is daarom ook flinterdun; drogreden worden door een rechter zelden openlijk afgestraft. Het alfaïsme leidt voorts tot misgrijpen als het gaat om het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken; men zoekt houvast aan details, of drijft een wig tussen synoniemen door verschillende definities te creëren - taalkundige splitsing - en wekt zo de schijn van spitsvondigheid. Wat mij zelfs een keer is overkomen: dat een rechter struikelt over het zwakste argument, voetstoots aannemend dat met dit argument de hele bewijsketen vervalt, terwijl er sprake was van nevenschikkende argumentatie waaraan ik het "zwakste" argument slechts had toegevoegd ter illustratie. Conclusie: logica en wiskunde verschaffen een betere voorbereiding op de juridische werkelijkheid dan het Romeinse recht.
Toch ben ik nog iets vergeten. Ook beeld en taal kunnen als formeel vehikel worden gezien waarbinnen het doel inhoudelijk onderscheiden kan worden. De stoomfluit van een verre sleepboot, het breken van de zee, het graf van en onbekende Canadees, een vogel in het hoge gras, een meerkoet, roepend in de ochtend, zij brachten mij in herinnering dat er nog een vierde essentie was. Een vierde emanatie van de oermuziek, teleologisch, die in het recht nauwelijks een rol speelt, wat niet wegneemt dat die rol juist daarom wel eens van het grootste belang zou kunnen zijn omdat het een terrein is waarop de mensen het meest verschillen en tegelijk uiteindelijk samenkomen, datgene wat we als mens het moeilijkst kunnen realiseren. In de woorden van di Levorato (1976): "L'amour, c'est de la musique inaudible. C'est ça l'amour."

Uw columnist, V.L.

Print versie (pdf)