www.loosjes.nl
Home
troonrede
Blikken koets
Obstakels
Staatsrecht
Patiƫntendossier
About democracy
Freedom of Education
Creative financing
Saboterende overheid
Leerplichtwet 2008
Innovatieverbod
Belastingliberalisatie
Europese Grondwet
Ostende,1781
Publicaties
Contact
____
<<     Pagina 77 van de 136     >>


60. Wegcijferen

maart 2009


Sommige boeken heb ik vele malen heb gelezen. Eén ervan is de Odyssee. Als dienstplichtig soldaat (ouwe stomp van 60-6) had ik stukken tekst in de binnenkant van mijn pet verstopt. Het ritme van de hexámeters waarin ik in de magazijnen rondliep maakte me wel verdacht, maar dat had ook voordelen, de sergeant in de Dumoulin-kazerne ontweek me liever. Korporaal Keetels, een Nijmeegse meubelverkoper, nam voor mij waar, de goede verstandhouding met plantonwacht Nick, met de sergeant-majoor, en met technisch opzichter Visser deed de rest en kapitein Ket was niet moeilijk. Homerus begint zijn Odyssee als volgt "De man bezing mij, o muze, de vindingrijke...." Die vindingrijkheid is de belangrijkste eigenschap van Odysseus. Wat hem ook overkomt en aan welke verleidingen hij ook bloot staat, hij vindt een oplossing, of - later - krijgt hij goede raad ingefluisterd omdat hij voor die inspiratie open staat en ermee kan omgaan. In grootse en groteske beelden beschrijft Homerus de fases van levenservaring (en maatschappijvorming) die Odysseus doorloopt. Van het simpele gevecht om het bestaan en vergetelheid, via de Cycloop, de despoot die met zijn ene oog de zaken niet in perspectief kan zien, waarna - "tegen domheid is niets bestand" - de stormen toeslaan, en Odysseus, waakzaam geworden - "in een land waar het nooit donker wordt" - buitengaats blijft, via de zelfdiscipline waarmee hij zijn zintuigen - door was in de oren van zijn "mannen" te stoppen - doof maakt voor de lokroep der sirenen, totaan de geduldoefening op het eiland Ogygia en de verlatenheid als ook zijn zelfgebouwd vlot ten onder is gegaan. De nimf Kalypso beloofde hem onsterfelijkheid als de goden; Homerus maakte hem onsterfelijk, als mens.
Creatief vermogen, verbeelding, maar ook de afgeleiden daarvan, vindingrijkheid en combinatievermogen, zij behoren niet tot ons gangbare onderwijsaanbod. Aan kennisoverdracht wordt op onze door de staat bekostigde scholen wel veel aandacht besteed. Als daarin iets tekort schiet, blijft men als het aan het kabinet ligt, eindeloos leerplichtig; totdat een startkwalificatie is behaald. Of men daarmee alleen kleine Cyclopen opleidt, niet in staat hun wereldbeeld, hun vak, hun bezit of het bevel te relativeren, is niet van belang. Men wordt keurig opgeleid tot koning, koopman of lantarenopsteker - "C'est la consigne!" Voorschrift is voorschrift - zoals die optreden in Le Petit Prince van De Saint-Exupéry. Zelfs toen creatieve expressie een verplicht vak werd, zag men kans dit te ontkrachten door het voorschrijven van uit het hoofd te leren definities van "coulissenwerking", "grijsladder" en "complementair contrast". Dit geestdodende intellectualisme is desastreus, en verlammend, het is de alles opslokkende wolf in Grimms De wolf en de zeven geitjes. Natuurlijk kun je op het gebied van alledaagse vindingrijkheid wel iets leren op school, bij voorbeeld door slim te googelen. Maar aan de bron van creativiteit wordt voorbij gegaan. De ervaring van het moment dat je na veel geploeter ineens weet "zo moet het en niet anders", de ervaring dat er allerlei geheimzinnige psychische lenzen alshetware zodanig op elkaar zijn afgesteld dat je hetgeen je zoekt ineens scherp getekend voor je ziet. Of noem het de ervaring boven jezelf uitgetild te worden. Elke kunstenaar kent dat gevoel en die overtuiging. Ook de wetenschappelijke kunstenaar om hem zo te noemen, of degene die het uitvinden in zijn vingers heeft. Zulke ervaringen zijn onvervangbaar. Daar hebben we het leven zelf bij de staart; maar op school is het franje, zo niet terra incognita. Goed voor watjes. Wegcijferen dus. Die miskenning betekent echter wel een culturele kapitaalvernietiging, een creatieve verpaupering, een Verelendung van de eerste orde. Is het een wonder dat er zoveel kinderen schoolziek worden, met buikpijn thuiskomen, zich in autisme verdedigen en voor het door staat en wetenschap gestuurde onderwijs "bedanken"?
Hoewel: het ministerie van OC&W zou grote belangstelling hebben voor het kunstproject Toeval gezocht van Annemieke Huisingh (uitgeverij Lemniscaat, 2009; vgl. Zelf kunst maken traint de aandacht in NRC-Handelsblad, 22 januari 2009). Ik zeg "zou" want datzelfde ministerie zet zijn heksenjacht op de particuliere scholen waar een artistiek beginsel al langer in de praktijk wordt gebracht, ondertussen onverminderd voort. Artikel 1 van onze Grondwet, dat ons "discriminatie op welke grond dan ook" voorspiegelt, blijft een holle frase. Laat staan dat er ruimte is voor hetgeen de studenten in 1968 in Parijs scandeerden: "L'imagination au pouvoir!"

Uw columnist, V.L.

Print versie (pdf)