www.loosjes.nl
Home
troonrede
Blikken koets
Obstakels
Staatsrecht
Patiëntendossier
About democracy
Freedom of Education
Creative financing
Saboterende overheid
Leerplichtwet 2008
Innovatieverbod
Belastingliberalisatie
Europese Grondwet
Ostende,1781
Publicaties
Contact
____
<<     Pagina 69 van de 136     >>


68. Bijgeloof

juni 2009


Wat is de filosofie achter onze democratische staatsvorm? Een mengsel van vrijheid voor het individu en gelijkheid voor allen. Vrijheid laat zich niet reguleren, hoewel sommige politici dat wel proberen door ons hun mening over de holocaust en de Turkse genocide voor te schrijven. De democratie concentreert zich daarom op gelijkheid. En wel als volgt: gelijke behandeling, tot in alle uithoeken van het land. Dat kan alleen gegarandeerd worden door een sterk centraal gezag, dat wil zeggen dankzij formele macht; macht die nodig is om overal dezelfde regel te doen hanteren zonder aanzien des persoons. Behalve gelijke behandeling komt de overheid ook op voor gelijke rechten. Dat leidt ertoe dat de verzorgingsstaat telkens nieuwe categorieën mensen aantreft die achtergesteld zijn of achterop raken en die en aparte regeling behoeven. Zo ontstaan telkens nieuwe subsidieregelingen, uitkeringsgerechtigden en fiscale aftrekposten. Ook daarmee ontstaat macht. Materiële macht; macht gebaseerd op gedetailleerde informatie over individuen.
Natuurlijk wordt die macht enigszins geremd. De regering kan niet zomaar een wet aannemen, daar is het parlement voor nodig. Echter, regering en parlement zijn via het partijstelsel aan elkaar gebonden; als communicerende vaten. Artikel 81 Grondwet doet er nog een schepje bovenop: "De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk." De rechter kan weinig doen aan dit conglomeraat van partijbelangen. Trouwens, over de mate van onafhankelijkheid van de rechter heb ik al genoeg gezegd. We hebben in Nederland dus een grote machtsconcentratie bestaande uit regering plus parlement en een kleine tegenhanger in de vorm van de rechter. Als het op de achterliggende filosofie aankomt beroept men zich op de trias politica van Montesquieu. In feite hebben we te maken met een tweedeling, die ook nog in onbalans is. Bij zo'n duas politica heb je maar één relatie tussen beide "machten" zonder tegenwicht van een andere relatie. Dat is essentieel, want bij een trias politica zijn er drie onderlinge verhoudingen: regering-wetgever, wetgever-rechter en rechter-regering. Ergo een veel grotere bescherming tegen het ontstaan van een machtsmonopolie. Montesquieu is al met al geruisloos uit het discours geschrapt. Over de filosofische legitimiteit van ons staatsbestel wordt niet eens gediscussieerd.
Als het om de gezondheidszorg gaat ligt dat anders. Daar is althans een primitief soort discussie. Er is daartoe zelfs een bond tegen kwakzalvers om indianenverhalen te bestrijden, en naar indianen mag je niet te luisteren, ook Sylvia Millecam niet. Indianen behoren tot een inferieur ras. Ook als die indianen beweren dat de methodische verdunning van homeopathische geneesmiddelen slechts een vreedzaam gebruik van kernenergie impliceert. Discussie dus, maar wel een discussie waarbij de grootste partij de kop in het zand mag steken. Als het om onderwijs gaat is er eveneens discussie, zij het ook - alweer - gekleurd door wat als wetenschappelijk wordt aangemerkt. Wat niet wetenschappelijk evidence based is, wordt afgedaan als ontsproten aan een oncontroleerbare ideologie; aan bijgeloof.
Toch zou men (zie nr. 19, spookreglement, en nr. 45, 3e alinea) er zich rekenschap van moeten geven dat ook iets wat zich wetenschappelijk noemt - inclusief onze politiek die zich op wetenschappelijk inzicht baseert - voortkomt uit een bepaalde filosofie of ideologie, hoe je het ook wil noemen, in casu de ideologie van de mens die als gelijkgerechtigde tabula rasa ter wereld komt, de ideologie dat er geen metafysisch plan achter onze schepping zit en Darwins voetafdruk daarmee een voet ontbeert, dat het leven zonder doel en het toeval toeval is, dat wij denken en streven zònder dat de schepping enige gedachte of enig streven kent (hetgeen toch vrij onlogisch is). Alles lijkt te draaien om wat overblijft en meetbaar is. Om geld, kostenplaatjes, op de winkel passen, of om steun aan banken die immers de staatsschuld financieren en dus te vriend gehouden moeten worden. Geld maakt alles meetbaar. Hoewel, alles, ik dacht van niet, maar dat is uiteraard mijn bijgeloof.
En Europa? Daar gaat de discussie vooral om "meer of minder Brussel" terwijl de valse structuur van de besluitvorming en de machtsfilosofie erachter, compleet met geregistreerde lobbyisten, massaal wordt doodgezwegen; net als 4 jaar geleden. Het is de vraag of SP, PvdD, Newropeans of Libertas daar iets aan kunnen doen.

Uw columnist, V.L.

Print versie (pdf)