www.loosjes.nl
Home
troonrede
Blikken koets
Obstakels
Staatsrecht
Patiƫntendossier
About democracy
Freedom of Education
Creative financing
Saboterende overheid
Leerplichtwet 2008
Innovatieverbod
Belastingliberalisatie
Europese Grondwet
Ostende,1781
Publicaties
Contact
____
<<     Pagina 67 van de 136     >>


70. Wachtlopen

Langste dag 2009


In militaire dienst moest ik wachtlopen. Soms vrijwillig, soms omdat men bang was dat ik mijn medesoldaten zou infecteren met vragen als: "Merkwaardig dat wij de vrijheid gaan verdedigen terwijl die vrijheid om te lezen wat we willen, voor onszelf wordt afgeschaft." Later liep ik met een grote pet op mijn hoofd wacht op schepen hetgeen mij in staat stelde om overal daar te komen waar ik vroeger als jochie toen ik scheepsbouwer of zeevaarder wilde worden nooit had mogen komen. Zo wrong ik mij in de dubbele bodem, hing rond in de machinekamer en op de brug (in het duister saluerend naar een passerende sleepboot), bewaakte s nachts de klink van de Cunard Adventurer, leerde op de Jaladharati rijst met mijn vingers eten, bluste met groot gebaar een minuscuul brandje in de Santa Valeria, nam de telefoon aan voor de Italiaanse stuurman en oefende al vertalend italiaans als zijn meisje van de vorige avond belde. En viel natuurlijk een keer in slaap totdat kapitein Carlsen me aan mijn haren overeind trok. (En verspeelde daarmee een pakje sigaretten.)
Daarna deed ik serieuzer werk, als we het werk van een hoboïst serieus nemen tenminste, want het publiek denkt wel eens "muziek maken doe je toch voor je plezier, daar hoeven we toch niet voor te betalen." En de organisator van het feest: "Uw jas? Die papieren? En dat koffertje? Leg die maar in de keuken daar in de hoek." Nee, zo'n vak kan je eigenlijk ook niet serieus nemen.
Er veranderde van alles, maar inwendig ben ik nog steeds een wachtloper die zich afvraagt: "Wanneer word ik afgelost? Aan welke plicht zit ik geketend? Wat heb ik over het hoofd gezien?" Er blijven voor een wachtsman maar twee dingen over. Gereedheid en geduld. Gereedheid, zoals die ene keer dat ik een vechtjas met slechts aan mijn pet ontleend machtsvertoon tegenhield. En toch luisterde hij; ja, komisch was dat wel. Maar vooral geduld. Geduld, uithoudingsvermogen, zoals ook Odysseus zeven jaar moest wachten op Ogygia; totdat zijn tol aan Kalypso was betaald; totdat de goden hun boodschapper zonden om zijn vertrek in gang te zetten. Geduld is niet verloren. Als ik langs de bosrand op een graspol zit en denk aan het pakket van noodmaatregelen voor geval de samenleving instort, als ik daaraan denk, (1) onafhankelijke rechters, inclusief verzelfstandiging van de bezwaarschriften-commissies, (2) geen belastingen en premieheffingen op minimuminkomens, (3) studiefinanciering, AOW en bijstandsuitkering bij werkloosheid zonder aanzien des persoons, onafhankelijk van (controle op) eerder inkomen of het inkomen van partner of ouders, (4) vrije bestembaarheid successie, vennootschaps- en kansspelbelasting (ten behoeve van een pluriforme samenleving), (5) verkiezing van personen ongeacht lijst, (6) bestemmingsplan-methodiek z0nder opzetje voor projectontwikkelaars wier lobby bedong dat degene die het bestemmingsplan kan realiseren (conform de flats en doorzonwoningen van de tekening) niet onteigend mag worden, (7) wetgevingsbureau's scheiden van amvb's en beleid, en wetgeving daarom weghalen uit de achterkamertjes van de uitvoerende macht (de ministeries), (8) laat ieder - minister of burger - die zeg 5 % van de kamerleden meekrijgt opdat iets op de agenda komt zèlf in het wetgevende parlement zijn of haar voorstel verdedigen, (9) laat de rechter waakhond zijn, enquêtes houden en toetsen aan een fatsoenlijke grondwet en niet het parlement, (10) geef nieuwe wetten een termijn waarin zij bij toepassing als "richtinggevend recht" aan rechtsbeginselen getoetst moeten worden, (11) een gekozen minister-president die onafhankelijk van de verdiensten van tassendragers zijn regering samenstelt, als ik daaraan denk, en zomaar wat bedenk om de democratie wat lucht te geven, dan heeft geduld een doel; dan is men uiteindelijk een wachtloper in zijn bestaan, genageld aan zijn post, die wacht voor-het-geval-dat. En ook al zou zich dat geval niet voordoen - het standaardantwoord van de gevestigde orde luidt immers, zoals ik dat 35 jaar geleden voor het eerst van een ambtenaar te horen kreeg: "Uw plan past niet in ons systeem" - is het wachtlopen dan vergeefs geweest? Dat kunnen we niet zeggen. Je weet tevoren nooit wanneer de bode naar Ogygia gezonden wordt om het reisplan te ontvouwen, en hoe en waar het leven - marathon met onbekende eindstreep - zich manifesteert, aanvalt, of, ons verlost.

Uw columnist, V.L.

Print versie (pdf)