www.loosjes.nl
Home
troonrede
Blikken koets
Obstakels
Staatsrecht
Patiëntendossier
About democracy
Freedom of Education
Creative financing
Saboterende overheid
Leerplichtwet 2008
Innovatieverbod
Belastingliberalisatie
Europese Grondwet
Ostende,1781
Publicaties
Contact
____
<<     Pagina 60 van de 136     >>


77. Regeldichtheid

Politieke dierendag 2009


Zoals een hond regen een paaltje pist, zo heeft een politicus wetten nodig die hij op zijn naam kan schrijven. Hoe meer hoe beter. Een recent voorbeeld: Verstoring van de openbare orde is strafbaar. Het zich voorbereiden op verstoring van de openbare orde wordt binnenkort eveneens strafbaar; de wet Aboutaleb-McCarthy. Men zoekt die jongens niet op, men negeert elk psychologisch onderzoek dat destructief gedrag verklaart in termen van vragen om aandacht, nee, er moet hard worden opgetreden. (En later tellen we de burgerslachtoffers, net als in Afghanistan.) Het aanzetten tot mogelijke verstoring van de openbare orde wordt in het vervolg ook strafbaar. Het zich inlaten met het aanzetten tot verstoring van de openbare orde is dan natuurlijk ook strafbaar. Enzovoort. Mag u mij nog lezen?
Het achterliggende filosofische principe van regelverdichting is, in navolging van de Amerikaanse filosoof Rorty, de tweedeling in wij en zij. Wij erbinnen en zij erbuiten. Voor rechterlijke tussenkomst is geen ruimte; het vinden van middenwegen daarmee verhinderd. Het achterliggende wetgevingsprincipe is bekender. Er wordt een probleem gesignaleerd en vervolgens wordt er een wettelijke regeling geschapen om dat probleem op te lossen. Een oorzakelijk verband is niet nodig; denk aan de spaarlampwetgeving die werd doorgedrukt terwijl de milieu-onvriendelijkheid van de lamp bewezen was. Aldus recentelijk nog ir. R.W.J. Kouffeld, emeritus hoogleraar energievoorziening TU Delft. (Vgl. NRC-Handelsblad, 31 augustus, p. 7, 9 en 3 september, p. 6. Eerder wilde de pers er geen aandacht aan besteden.) Enfin, uit het zogenaamd opgeloste probleem vloeit weer een volgend probleem of probleempje voort en de regelgeving wordt uitgebreid. Als je daar niets aan visie tegenover stelt, wordt de regeldichtheid steeds groter; volautomatisch. Straks krijgen we een tuinkabouterwet of een verbod om dieren in de magnetron te stoppen of joost mag weten wat voor wet om te verhinderen dat we in een concrete situatie onze hersens gebruiken of leren gebruiken. (Terwijl een ambtenaar op rozen zit door zijn eigen route in het juridische labyrint te kunnen kiezen.) Wie had er ooit een gloeilampverbod kunnen bedenken. Met dit verbod treedt het verschijnsel genadeloos aan het licht; zij het ook voorlopig alleen bij 100 Watt. Als je kijkt naar de lange termijn, dan blijkt de regeldichtheid een toenemende belemmering voor een oplossing. Dit verschijnsel treedt m.n. op in het onderwijsrecht en de situatie van de particuliere scholen, door mij al genoegzaam aan de kaak gesteld.
Mijn voorlopige stelling luidt daarom: Regeldichtheid is recht evenredig aan het creëren van minderheden en omgekeerd evenredig aan de lengte van de termijn waarop een oplossing wordt beoogd. De grondwettelijke implicaties - behalve bij voorbeeld de door mij bepleite privatisering van onze stroperige subsidiecultuur (zie nr. 56 onder 4, nr. 70 onder 4 en belastingliberalisatie elders op deze site) - zijn de volgende artikelen:
Grondwet art. x
1. De noodzaak voor wettelijke regelgeving dient bewezen te worden.
2. Door bedrog of onjuiste informatie tot stand gekomen wetgeving kan door de rechter onverbindend worden verklaard.
Grondwet art. y
1. Als een doelvoorschrift mogelijk is, is het de wetgever verboden een middel voor te schrijven.
2. Is een voorwaardescheppende regelgeving mogelijk, dan is ook een doelvoorschrift verboden.
3. Als een materie via belastingheffing of accijns geregeld kan worden, mag deze materie niet via een wettelijk verbod worden geregeld.

Uw columnist, V.L.

Print versie (pdf)