www.loosjes.nl
Home
troonrede
Blikken koets
Obstakels
Staatsrecht
Patiëntendossier
About democracy
Freedom of Education
Creative financing
Saboterende overheid
Leerplichtwet 2008
Innovatieverbod
Belastingliberalisatie
Europese Grondwet
Ostende,1781
Publicaties
Contact
____
<<     Pagina 50 van de 136     >>


87. Art. 1

januari 2010


Wat is er toepasselijker dan het jaar te beginnen met artikel 1. Her en der in Nederland vinden we het in steen uitgehakte artikel 1 van de Grondwet: we zijn allemaal gelijk. Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie (...) is niet toegestaan.Volgens de literatuur zou dit artikel enigszins toevallig op zijn prominente plaats terecht zijn gekomen. Toeval of niet, het heeft wel consequenties als je het gelijkheidsbegrip in het staatsrecht voorop stelt. Als je namelijk begint met het recht zodanig te ordenen dat allen gelijk behandeld zullen worden, zonder discriminatie, dan krijg je een gesloten systeem, een termietenstaat waarin voor het vrijheidsbegrip geen plaats meer is; een al of niet dubieuze elite bepaalt de gang van zaken en de vrijheid heeft het nakijken. In het omgekeerde geval zou de burger de vrijheid hebben om zijn eigen idealen na te streven, naar indianenverhalen te luisteren of zijn eigen egoisme te volgen; totdat hij stuit op de grens die het recht stelt ter bescherming van anderen. Het gelijkheidsbegrip bruskeert de vrijheid terwijl het vrijheidsbegrip de gelijkheid voor de wet niet uitsluit. (Vgl. nr. 84.) Dat is een essentieel verschil. Tussen grondrechten dient daarom - anders dan volgens de (nergens onderbouwde) heersende leer - een hiërarchie te worden erkend. Niet voor niets stond sinds de Franse revolutie het begrip vrijheid voorop en spreekt men van vrijheid, gelijkheid en broederschap'; in die volgorde. Zonder deze drie geen vrede. Nog steeds zegt de Franse grondwet: "La devise de la République est Liberté, Egalité, Fraternité'."
Hoe zit dat met die broederschap? Die laat zich niet afdwingen, dat zou een gedwongen huwelijk zijn. Ook die broederschap komt dus na de vrijheid. Broederschap komt eveneens na de gelijkheid, anders zou er geen evenwicht zijn, net zomin als een huwelijk waarbij de liefde van één kant komt. (Vgl. nr. 25.) Gelijkheid is een voorwaarde voor broederschap.
Het individu komt dus in de eerste plaats vrijheid toe; de vrijheid zich naar eigen inzicht te ontplooien. Vervolgens mag hij rekenen op gelijke behandeling door de staat en tenslotte moet de wet de voorwaarden scheppen om in samenwerking met anderen zijn leven praktisch en economisch in te kunnen richten. Dat de economie op het derde plan komt - en niet meer voorop! - heeft nog een andere reden: geld op zich is een ongeleid projectiel, het wordt net zo gemakkelijk ingezet om af te breken - onomkeerbaar - als om iets op te bouwen. Geld behoeft een kader. Ik zou daarom de volgende preambule voor een modernere Grondwet willen voorstellen:
I. De Nederlandse samenleving is gericht op
1§ vrijheid voor het individu zich naar eigen inzicht in culturele verscheidenheid te ontplooien; 2§ gelijkheid van een ieder voor de wet;
3§ een economie die recht doet aan het particulier initiatief dat uitgaat van het waarnemen van de noden en behoeften van de medemens in een sfeer van saamhorigheid en harmonie met de natuur.
II. Machtsconcentratie welke tot dictatuur kan leiden, dient derhalve via een systeem van countervailing powers te worden tegengegaan. Daartoe wordt de samenleving ingericht volgens het beginsel van functionele - formele en materiële - decentralisatie, zowel als geografische decentralisatie.
III. De formele functionele decentralisatie is gebaseerd op de trias politica van Montesquieu, bekend als de "leer der machtenscheiding". De materiële functionele decentralisatie is gebaseerd op de trias organica van Rudolf Steiner, bekend als "Soziale Dreigliederung".
Aan een traditionele aanhef als "Wij de burgers... " of "Wij Nederlanders proclameren... " gevolgd door een ongestructureerde lijst van wenselijkheden, heeft niemand iets. (Vgl. nr. 77, Rorty.) Het was nieuw toen de Verenigde Staten zich 4 juli 1776 onafhankelijk verklaarden. Nu is het verworden tot holfraserij. Met alle afkeer die dat genereert. Erger is - ik herhaal - dat ons artikel 1 de gelijkheid vooropstelt, dat is een valse streek, een misdaad; ook als die misdaad niet bewust is begaan.
Voor wie mijn 31 december-column - hoe spijtig - heeft gemist: Voorspoedig nieuwjaar.

Uw columnist, V.L.

Print versie (pdf)