www.loosjes.nl
Home
troonrede
Blikken koets
Obstakels
Staatsrecht
Patiƫntendossier
About democracy
Freedom of Education
Creative financing
Saboterende overheid
Leerplichtwet 2008
Innovatieverbod
Belastingliberalisatie
Europese Grondwet
Ostende,1781
Publicaties
Contact
____
<<     Pagina 47 van de 136     >>


90. C.D. van Oosten

maart 2010


De plaatselijke krant staat bekend als het suffertje.' Vroeger dacht ik dat dat alleen zo was in de woonplaats waar ik zelf woonde, maar iedere keer als ik verhuisde bleek er elders ook een suffertje te bestaan. Des te groter was mijn verrassing toen ik in zo'n lokaal huis-aan-huis-blaadje een interview aantrof waarvan de inhoud ver uitsteeg boven enig lokaal belang. Dat dacht ik tenminste.
Het was een interview met dhr. C.D. van Oosten (Aalten, 27 juli 1917 - Gorinchem, 23 juli 2002), zoon van een onderwijzer, botanist die Floraflitsen schreef in het plaatselijke natuurbeschermingskrantje, en burgemeester van Werkendam van 1975 tot 1982. Het opvallend korte - bijna kortaffe - interview, alsof het de drukinkt niet waard was, verscheen in het Nieuwsblad van donderdag 29 december 1979. Daarin zet hij zijn vraagtekens bij de toenemende materiële welvaart. De anonieme journalist citeert de man met zijn onafscheidelijke vlinderdasje als volgt: "Dat zal het probleem van de toekomst worden, want de na-christelijke mens roept juist steeds harder om overheidssteun. De partikuliere dienende zorg loopt terug en steeds meer haalt men de op MACHT beluste overheid binnen de deur." Macht met hoofdletters. Daar wilde ik een gevleugeld woord van maken dat het hele ingeslapen Nederland zou wakkerschudden. Ik heb de burgemeester op zijn spreekuur opgezocht - nu dertig jaar geleden - en kreeg toestemming - en instemming - om zijn uitspraak iets verkort te gebruiken als basis voor een druksel. Het werd: Men roept steeds harder om overheidssteun en haalt daarmee steeds meer de op MACHT beluste overheid binnen de deur. Voor het steeds harder' nam ik loden letters in toenemende corpsgrootte die in een irisdruk van geel naar rood schuin boven de tekst uitschreeuwden. Het macht', in zwart, zette ik in houten kapitalen van 26 cicero (12 cm) met blokschreven. Deze tekst exposeerde ik op een tentoonstelling in het museum te Papendrecht. Ik had hem afgedrukt op een katoenen tasje van 35 cm in het vierkant; de hengsels liepen door de aluminiumlijst naar buiten en zo kon ik het ophangen. Verkochte exemplaren: geen.
Ik nam de tekst ook mee naar een congres in de RAI dat zich profileerde als zijnde voor de vrijheid van onderwijs. Er was mij verzekerd dat het zeer op prijs gesteld werd als ik het woord zou nemen; er was twee uur tijd voor discussie. Ik wilde erop wijzen dat je wellicht niet eerst in Den Haag moet gaan vragen of je je onderwijs zus of zo mag inrichten, maar dat je het beter kunt omkeren door die discussie, naar de praktijk verwijzend, pas achteraf aan te gaan, met de ambtenaar al nahosser. Als voorbeeld had ik de slimme manier waarop de spuitvliegtuigjes in de landbouw het vergunningstelsel middels een voorgedrukt algemeen formulier hadden omzeild. Wat bleek: eenmaal ter plekke werd mij, toen ik mijn katoenen tasje als mini-spandoekje ontvouwde, eerst de microfoon en vervolgens ook het woord ontnomen. Geen van de 1800 aanwezigen protesteerde. Uit het volledig geënsceneerde vervolg van de discussie, die slechts een half uur in beslag nam, bleek mij dat de overheid niet in het harnas gejaagd mocht worden. Alleen prof. Postma (Groningen) protesteerde aan het slot van de dag door erop te wijzen dat men hier methodes toepaste die men in het onderwijs juist afkeurde, althans, dat reconstrueerde ik, want ook hij mocht niet uitspreken. Pas buiten op straat hoorde ik gemompel: "Net als het interessant wordt kappen ze af."
Ik schreef een artikel, een ingezonden stuk, en nog een ingezonden stuk naar een kwaliteitskrant. Niet actueel; niet geplaatst.
Later nam ik de uitspraak mee naar een enkele hoogleraar, betogend dat macht overal infiltreert door zich middels subsidies en uitkeringen gewoon in te kopen, dat macht zich kenmerkt doordat hij misbruikt wordt, dat dat misbruik gemeten kon worden aan de mate van ondoorzichtigheid van regelgeving (b.v. loonstrookjes en belastingformulieren) en dat dat misbruik voorts herkenbaar was aan het scheppen van zondebokken, of dat nu joden zijn of - recentelijk - Q-koorts-geiten. Indien niet misbruikt, spreken we immers niet van macht, maar van iemand die bekwaam is, of die gezag heeft. Ook daar was ik aan het verkeerde adres. Mijn beweringen waren geen wetenschap'.
En toch heeft Van Oosten gelijk.

Uw columnist, V.L.

Print versie (pdf)