www.loosjes.nl
Home
troonrede
Blikken koets
Obstakels
Staatsrecht
Patiëntendossier
About democracy
Freedom of Education
Creative financing
Saboterende overheid
Leerplichtwet 2008
Innovatieverbod
Belastingliberalisatie
Europese Grondwet
Ostende,1781
Publicaties
Contact
____
<<     Pagina 22 van de 136     >>


115. Nachtfotograaf

april 2011


Als je in het donker wilt fotograferen, moet je de lens lang laten openstaan. Het gevolg kan zijn dat een voorbijganger, die laten we zeggen de helft van de tijd in beeld is en stil blijft staan, als een doorzichtige schim op de foto komt. Het is en bekend trucje. Ons oog werkt niet zoals dat fototoestel. Ons oog ziet op exact hetzelfde moment dat het ergens naar kijkt à la minute een scherp getekend beeld. Stel nu dat de oogzenuw net zo vertraagd zou werken als de nachtfotograaf zijn toestel laat werken, dan zouden we voortdurend een mengsel zien van wat we eerst zagen en wat we daarna zagen. We keken dus alshetware in een schimmige Gausscurve van elkaar overlappende beelden. Erg onpraktisch natuurlijk; we zagen de auto van rechts pas goed als we verzuimd hadden hem voorrang te verlenen. Gelukkig overheerst dus de directe informatie die de oogzenuw onze hersenen verschaft.
Maar stel dat op de achtergrond van die directe informatie onze oogzenuw een joint venture aangaat met onze capaciteit zich iets te kunnen herinneren? Dan bevinden zich in de achtergrond van onze waarneming allerlei waarnemingen van vroeger, er ontstaat zoiets als diepte in de platte waarneming, zodat we ook gemakkelijker onderscheid kunnen maken tussen hoofd- en bijzaken. Zoals een muziekinstrument boventonen voortbrengt, brengt ons geheugen in dat geval 'onderbeelden' voort. Of 'bovenbeelden', wie zal het zeggen, want als we ons iets kunnen herinneren kunnen we ook denken over de toekomst.
Die onder- en bovenbeelden zijn bijeengenomen niets anders dan inzicht in de oorzakelijke wetmatigheid die schuilgaat achter een gegeven situatie. Om het belang daarvan te onderstrepen, een ander voorbeeld: Stel dat een mens vrij is in zijn beslissingen. Dan zetten we degene die dat beweert in een huis en zeggen: "Je bent vrij dat huis te verlaten." Dat huis zijn de omstandigheden. Nu wil betrokkene van die vrijheid gebruik maken, hij wil iets nieuws, hij wil zich niet van alles en nog wat laten voorschrijven, kortom hij wil uit dat huis naar buiten stappen. Zolang hij weinig notie heeft van de wijze waarop een huis in elkaar zit, is het resultaat voorspelbaar: hij loopt met een klap tegen de eerste de beste muur. (Uw columnist is ervaringsdeskundige.) Daarna roept hij uit: "Zie je wel, een mens is helemaal niet vrij." Anders wordt het als betrokkene over enig filosofisch inzicht beschikt, of gaat beschikken, of, in woorden van de vergelijking, als hij zich rekenschap geeft van de bouw van het huis. Dan gaat hij op zoek naar de voordeur, en zo nodig naar de sleutel ervan. Of - als het huis wat ingewikkelder is - hij gaat eerst naar de zolder op zoek naar de bouwtekening.
Overigens, je kunt de voordeur ook dichtmetselen en een plaat voor de ramen timmeren. Maar dan moet je het niet over vrijheid hebben en ook geen bordje met 'democratie' op de voordeur schroeven.

Uw columnist, V.L.
 Vgl. nr. 19, 35, 45, 87.

Print versie (pdf)