www.loosjes.nl
Home
troonrede
Blikken koets
Obstakels
Staatsrecht
Patiƫntendossier
About democracy
Freedom of Education
Creative financing
Saboterende overheid
Leerplichtwet 2008
Innovatieverbod
Belastingliberalisatie
Europese Grondwet
Ostende,1781
Publicaties
Contact
____
<<     Pagina 108 van de 136     >>


29.Irritatocratie

Dag van de paperassen 2008


Joris Luyendijk beschrijft in zijn "Het zijn net mensen" (2006) hoe een irrigatieproject in Egypte mislukt. De minister van irrigatie wil namelijk zelf bepalen wat er gebeurt. In de boeren ter plaats heeft hij geen vertrouwen, zij zouden zijn macht kunnen uithollen. De Minister van Irrigatie heeft hetzelfde kantoor als de Minister van Irritatie, en dat kantoor duldt geen pottekijkers. De angst voor het particulier initiatief zit er helaas ook bij onze regering diep in. Ons Ministerie van Irritatie is echter anders van structuur dan het Egyptische Ministerie van Irrigatie. Het is in Nederland een zogenaamd schaduwministerie dat geen eigen budget heeft en daarom in de miljoenennota niet voorkomt; zijn agenten worden verspreid over de officiële ministeries inzet. Het bestaan van dit ministerie blijkt dus alleen langs indirecte weg. Zoals, punt 1, aan het subsidiebeleid. Allerlei organisaties in de samenleving kunnen allerlei subsidies aanvragen en soms krijgen ze die ook. Daarna is het een fluitje van een cent om de betrokken organisatie desgewenst te torpederen, eenvoudig door de subsidie in te trekken. Bijvoorbeeld het "opheffen" van de plaatselijke muziekschool ten behoeve van een grotere subsidie aan de voetbalclub. Of de wijze waarop een particulier werkgelegenheidsproject door de overheid de nek werd omgedraaid zodra bleek dat het vele malen succesvoller was dan het eigen overheidsproject (Zie "Saboterende overheid" binnenkort ook op deze site). Punt 2: het scheppen van stofwolken, door opgeklopte aandacht voor bijzaken, Wildersfilmpjes, papierwinkels en regeldichtheid tot aan tegenstrijdige regelgeving toe. Punt 3: de Brusselse methode. Toen koeien en kippen "geruimd" moesten worden en de oormerken van ons vee op weerstand stuitten werd "Brussel" ingezet om alternatieve oplossingen te ecarteren. Impopulaire maatregelen stuur je via Brussel. Punt 4: de bewijslastomkering. De goede trouw staat lang niet altijd meer voorop: de onschuldspresumptie geldt steeds minder. Een absurd voorbeeld was deel III op de auto, dat diende om te bewijzen dat je de rechtmatige eigenaar was van deel II, dat diende om te bewijzen dat je de rechtmatige eigenaar was van deel I dat weer diende om te bewijzen dat je de rechtmatige eigenaar was van de auto. Het was voor mij reden een deel IV te drukken en in de handel te brengen (1987). Een lokale PTT-er hielp mij aan gratis hoesjes. Door deel IV te ondertekenen en naast deel III te plakken, verklaarde men zich rechtmatige eigenaar van deel III. "Deel III" was al te doorzichtig en het is ons met vereende kracht gelukt dit weg te krijgen, niet dan nadat een horlogemaker daarvoor in de gevangenis ging zitten. Punt 5: de doelmaskering door het tegendeel te beweren. We moeten minder energie verbruiken maar onze uitbundig in blisters verpakte consumptie moet wel omhoog, anders stagneert de economie. Milieucrisis? Maar het ecohuis van Jan Husslage moet en zal door de gemeente Steenwijk worden afgebroken. Het evaluatierapport Dijsselbloem (van 13 februari) klaagt wel over het onderwijs, dat er op school 1040 uren worden volgemaakt door leerlingen verplicht te laten rondhangen, dat er op het HBO voor mijn zoon geen docenten zijn, maar niet over de canonisatie of over het opheffen van de vrijheid van onderwijs. Niks onderwijsvernieuwing! (Vanwege ook, zie punt 4, de omgekeerde onschuldspresumptie die voorschrijft dat hetgeen afwijkt daarom per definitie slecht is.) (Zie "Innovatieverbod" elders op deze site.) Punt 6: de controles. Van onze telefoon, ons interieur, onze hond, tot op het nemen van de trein of het rijden over een weg der zoveelste klasse. Gelukkig zijn we geen dictatoriaal geregeerd land zoals Egypte, maar volgt daaruit dat we nog wel een democratie zijn? Eerder een paperassocratie. Of een pseudologische pseudo-democratie. Of een lobbocratie waar een besluit de uitkomst is van het gevecht der lobbyisten. In elk geval leven we in een irritatocratie waarbij de naam van de minister van irritatie geheim is. Als hij al wordt aangeduid dan heet hij geloof ik "spindocter". Charles Dickens beschreef het "Departement van Omhaal". Wij hebben er 150 jaar later een "Departement van Irritatie" bij gekregen. Geluk bij een ongeluk: aan het beginsel van twee handen op één buik - "equality of aims" - is op één punt voldaan: de irritatie van burger en overheid is wederzijds.

Uw columnist, V.L.

Print versie (pdf)