www.loosjes.nl
Home
troonrede
Blikken koets
Obstakels
Staatsrecht
Patiëntendossier
About democracy
Freedom of Education
Creative financing
Saboterende overheid
Leerplichtwet 2008
Innovatieverbod
Belastingliberalisatie
Europese Grondwet
Ostende,1781
Publicaties
Contact
____
<<     Pagina 103 van de 136     >>


34. Politiek moeras

juli 2008


Elk met water spelend kind kan het ontdekken. Ergens bevindt zich een moerassige steeds troebeler poel waar het water niet wegkan. Zodra je daarin een kanaaltje maakt en zodra het water gaat stromen, ontstaat er vanzelf weer helder water. Toen het water bij elke regenbui in Frankrijk ons pad passeerde, hielp het niet om - zoals onze voorganger - eindeloos puin en takken te storten. Door het water tussen stenen door te leiden, kon het gekanaliseerd zijn weg vinden en werd het pad een bruikbare niet meer stinkende route. Het principe dat hier achter zit is dat van de functionele scheiding. Aan een pad stellen we eisen, het moet een solide ondergrond zijn. Water heeft een andere functie en daardoor ook een andere wetmatigheid. Politiek vertaald: Wij willen enerzijds zelf uitmaken wat wij als "kunst" waarderen, wat wij als goed onderwijs beschouwen of naar welke dokter we gaan, anderzijds hebben we afspraken als "stoppen voor rood licht" en weer anderzijds hebben we economische wetmatigheden die de reden zijn dat - bij voorbeeld - de FED de rente alweer verlaagt. Desondanks, alsof we zouden kunnen kijken met ons oor en lopen met onze maag, wordt alles wat de samenleving betreft op één grote politieke hoop gegooid. Geen wonder dat daar enige belangenverstrengeling en rechtsverkleving plaatsvindt zodat het politieke moeras van het hedendaagse Nederland gedoemd is te stinken.
Er zijn mij maar twee auteurs bekend die het onderscheiden van functies in staat en samenleving serieus hebben uitgewerkt: Montesquieu, die het gevaar kende van de absolute monarch, in zijn "De l'Esprit des Lois" van 1748 en Rudolf Steiner, die het gevaar voorzag van de alles opslorpende en verlammende bureaucratie, in een dun boekje van 1919: "Die Kernpunkte der sozialen Frage". Door de in deze publicaties geschetste functionele onderscheidingen in het maatschappelijk moeras door te voeren, ontstaat uiteraard een spanningsveld, te weten tussen wetgever, rechter en openbaar bestuur (Montesquieu's "trias politica") en tussen onze van de overheid onafhankelijke culturele identiteit, gelijkheid voor de wet, en het grote geld (Steiners "trias organica"). In Montesquieu herkennen we de neoplatonist als hij de rechter slechts "bouche de la loi" noemt: de rechter spiegelt slechts de wetgever en is voor Montesquieu nog niet de originele recht- (lees: jurisprudentie-)schepper. Steiner grijpt - zij het ook onuitgesproken - terug op de Aristotelische indeling der praktische wetenschappen in ethica, politica en oeconomica. (Zie verder "Architectuur van de Staat" elders op deze site.)
Is de spanning die het scheiden der functies met zich meebrengt erg? Mijns inziens niet. De daardoor ingeperkte macht van de overheid is zowel een beveiliging tegen de Sterke Man van column nr. 6, alsook de ruimte om te leven. Te leven in een samenleving waarin de politiek niet meer erop uit is om als een verplichte verzekeringsmaatschappij elke bobbel uniform te effenen. Te leven in een samenleving waarin het recht niet ondergeschikt is aan financiële berekeningen. Te leven in een samenleving waarin de overheid het vertrouwen opbrengt ruimte te laten voor originele ideeën, voor een Albigenser, een Galileï of Hussiet. Een samenleving die ons de vrijheid verschaft onze eigen waarheid te zoeken zonder dat ons onze verantwoordelijkheid bij voorbaat wordt ontnomen. Montesquieu en Steiner bewegen zich in het sociale vlak, waarheid is als een derde dimensie haaks op dit vlak, even afhankelijk van Steiners principes als Steiners onderscheid afhankelijk is van het respect voor de rechtsorde van Montesquieu. Waarheid is relatief. Het is zowel een algemeen statisch begrip, waarbij het erom gaat wat waar is, maar dat ons niet verder brengt, alsook een dynamisch, persoonlijk begrip: waar is wat we waar willen maken. Het eerste kan iedere Kantiaanse moralist ons vertellen - "formuleer uw gedrag in termen van een voor iedereen geldende regel" (Kants categorische imperatief, 1788) - het tweede is gebaseerd op een individuele, doelgerichte keuze, om niet te zeggen doelgericht risico, inclusief het recht op mislukking. Of, idealiter, zoals Steiner het in zijn "Die Philosophie der Freiheit" van 1894 noemt: morele fantasie. Om "zijn" en "worden" in evenwicht te brengen is een hele kunst, om niet te zeggen een levenskunst.

Uw columnist, V.L.

Print versie (pdf)